MEDITEREN - PRAKTISCHE TIPS 

Door Charlotte Joko Beck
zenlerares en auteur van "Alle dagen zen" en "Niets bijzonders"

1.    Begin nooit te zitten zonder je af te vragen waarom je zit. Ken je intentie. Weet dat je nergens naar toe kunt gaan en dat er niets te bereiken valt. Behoed je voor ambitieuze bedoelingen.

2.    Controleer je houding. Hoe je ook zit, je moet recht zitten (maar niet gespannen), in evenwicht en gemakkelijk. De plaats waar je zit moet schoon en aangenaam zijn, maar we kunnen overal zitten en in elke houding - zelfs liggend, als we ziek of uitgeput zijn.

3.    Zit elke dag. Probeer niet meer dan een dag in de week over te slaan. Als je weerstand voelt (wat een normaal onderdeel van de praktijk is), wees je er dan van bewust dat die weerstand voortspruit uit je gedachten. Laat je er niet door overheersen , evenmin als door andere gedachten. Kijk er gewoon naar. Voel het in je lichaam. En verwijt jezelf niets, nooit.

4.    Zit een keer per week 10 a 15 minuten langer dan gewoonlijk.

5.    Laat het zitten geen obsessie worden. In geen geval mogen je werk of familiale verplichtingen er onder lijden.

6.    Als je door iets van streek bent, vermijd dan niet om te zitten.

7.    Weet dat zitten niets anders is dan je bewust te zijn van je lichaam en geest. Wees je bewust van elke wens om van het zitten een vlucht uit het leven te maken door vredige , trance-achtige toestanden na te streven. Dergelijke toestanden zijn verleidelijk, maar ze dienen nergens toe.

8.    Wees je ervan bewust dat er na de wittebroodsweken van de beginnende beoefenaar een periode van weerstand kernt, misschien vergezeld door verzet en emotionele revolte. Ga gewoon door met je oefening. De verwarring , ontgoocheling of angst horen er gewoon bij.

9.    Wees je ervan bewust dat het niet de bedoeling is om iets te bereiken, zoals een speciale helderheid, inzicht, een rustige geest. Al die dingen kunnen wel voorkomen, maar het punt is je bewust te zijn van wat er ook gebeurt, inclusief verwarring , ontgoocheling of angst.

10.    Hou je praktijk voor jezelf . Tracht anderen niet te onderwijzen of hen te bekeren. Val je vrienden en familieleden er niet mee lastig. Een oud gezegde luidt: "laat hen er drie keer om vragen ..." De manier waarop je leeft, dat is wat je anderen kan bieden.

11.    Breng de tijd die je zit niet door met plannen maken. Er is niets mis met plannen maken, maar doe dat op een andere keer. Als gedachten over plannen maken in je opkomen, geef ze dan een naam.

12.    Behoed je in de dagelijkse omgang in het bijzonder voor roddels, klachten, het beoordelen van jezelf of anderen, gevoelens van je beter of slechter te voelen dan de anderen.

13.    De hele praktijk kun je samenvatten als (1) het observeren van de geest en (2) het ervaren van je lichaam hier en nu. Niet meer maar ook niet minder.

14.    En ten slotte: denk eraan dat de ware praktijk niet draait om een techniek, om koans, of om het even wat dat een doel op zich is. De ware praktijk gaat over de transformatie van jouw leven. Er zijn geen kant-en-klare oplossingen voor. Het gaat over niets anders dan ons leven en aan onze oefening komt nooit een einde.