GOEDE VOORNEMENS LATEN SLAGEN

Helaas mislukt meer dan 90% van de goede voornemens al in de eerste maanden van het nieuwe jaar. Hoe komt dat?  Er zijn twee redenen waarom goede voornemens mislukken: de aard van je motivatie en je plan. Hierna vind je een aantal tips die ervoor kunnen zorgen dat je voornemens een aanzienlijk grotere kans van slagen hebben.

1.Onderzoek je motivatie.

 

Stel jezelf eens de vraag waarom je iets wilt. Als je iets doet omdat je het zelf wilt, dan is er heel veel mogelijk.

Als je iets doet omdat het zo hoort, omdat je jezelf vergelijkt met anderen of omdat iedereen het doet, dan wordt het een stuk lastiger.

Zorg dus dat je weet waarom je het doet. Vraag jezelf eens af: wat wil ik doen? Wat zou ik doen als ik met niemand rekening hoefde te houden? Alleen dromen is niet genoeg.

Zie je in gedachten al een fitte versie van jezelf? Of een actieve vader die met z’n hoofd bij het gezin is? Misschien denk je dat het voornemen uitspreken op zichzelf al voldoende is. Maar om een doel te behalen is een plan nodig.

 

2. Maak een concreet plan om je voornemen ook vol te houden.

 

Vaak worden voornemens vaag omschreven. Heb je bijvoorbeeld als doel ‘Ik wil vaker sporten’, dan is dat niet concreet. Want hoeveel wil je sporten en waarom? En is meer sporten wel je doel? Of is het een middel om je bijvoorbeeld fit en energiek te voelen?

Onderzoek laat zien dat een concreet plan van groot belang is voor het laten slagen van je voornemens. Daarbij helpt het om je bij het stellen van de doelen te richten op je gedrag (ipv op harde resultaten) Dit doe je door uit te zoeken wat je kunt doen. En door vervolgens te bepalen welke concrete activiteiten daarbij horen.

 

Voorbeeld
Stel je bent beginnend hardloper. Als je je toen had voorgenomen om een marathon te gaan lopen, had je waarschijnlijk gedacht: Onmogelijk! Door echter rustig te gaan trainen en met jezelf een aantal minuten per week af te spreken, bleek het veel sneller te gaan dan je voor mogelijk hield. Binnen 3 maanden loop je 10 kilometer in een redelijke tijd, een jaar later een halve en binnen een paar jaar loop je een hele marathon binnen de 3,5 uur. En al die tijd heb je zelden tegenzin gehad of het gevoel dat je er heel hard voor moest werken. Hoe komt dat dan? De eenvoudige reden is dat je net zoveel deed als je aan kon. Niets meer, maar ook niets minder. Want je hield je wel aan de afspraken die je met mezelf maakte. Doelen in termen van prestaties kun je wel op korte termijn stellen.  Je kijkt hoe je nu presteert en besluit: volgende maand wil ik zo snel lopen. Of de wedstrijd van zondag wil ik in deze tijd lopen.

 

Hoe gebruik je deze methode?
Sleutelwoorden zijn: MEETBAAR, ACTIEF en PERSOONLIJK. In het hardloopvoorbeeld: je spreekt met mezelf of de trainer af dat je die week 90 minuten ga hardlopen verdeeld over 3 trainingen. Ongeacht het resultaat. Met als voorwaarde dat je geen pijntjes voel die op blessures kunnen duiden. MEETBAAR is (90 minuten totaal en 3 trainingen). ACTIEF is hier heel letterlijk gaan hardlopen. En PERSOONLIJK is dat je het zelf afspreekt en doet.

 

Focus en resultaat
Bij deze benadering doen tegenvallende korte termijn resultaten er niet meer toe. Als je je richt op gedrag en activiteiten blijft het duidelijk wat je te doen staat. Want dat bepaalt je gedachtegang en handelen.

 

Zie voor meer gedetailleerde informatie over deze methode: De ladder geschreven van Ben Tiggelaar (2018)